
kind in beeld
Mentor
Bij de plaatsing van ieder kind, krijgt hij/zij een mentor. De mentor heeft aan het begin van de plaatsing het intakegesprek met de ouders. Verder is de mentor verantwoordelijk voor het doen van de observaties en het houden van het oudergesprek. Bij gedrag waarover zorgen zijn, zorgt de mentor voor het uitvoeren van de afspraken binnen de zorgstructuur van de SKN.
Observatie welbevinden
Een keer per jaar worden de kinderen van 0 t/m 3 jaar geobserveerd. Hierbij gaat het om de vraag of een kind zich prettig voelt in de groep en op welke wijze wij daar verder aan kunnen bijdragen. De observatie wordt besproken tijdens de kindbespreking in het teamoverleg. Daarna worden ouders uitgenodigd voor een oudergesprek.
Op de buitenschoolse opvang wordt twee maal per jaar het welbevinden van de groep op de verschillende blokken in de week geobserveerd. Het gaat dan om vragen als: welke sfeer heerst in de groep, hoe wordt er gespeeld, hoe wordt er omgegaan met de aangeboden activiteiten, hoe liggen de onderlinge relaties, hoe is de betrokkenheid, hoe is de relatie met de pedagogisch medewerkers. In de teamvergadering worden de observaties besproken en worden naar aanleiding van de bevinden afspraken en plannen gemaakt die het welbevinden in de groep of voor individuele kinderen kunnen continueren en verbeteren.
Een maal in de twee jaar vindt een oudergesprek plaats.
Zorgstructuur
Soms hebben kinderen extra zorg nodig. Pedagogisch medewerkers zijn alert op uitingen van ziekte, op het ontwikkelingsproces van een kind en op opvallend gedrag. Wanneer er sprake is van een verstoring van het welbevinden en kinderen extra zorg vragen is de samenwerking met ouders een belangrijk uitgangspunt.
In een aantal protocollen staat beschreven op welk wijze wij omgaan met kinderen die extra zorg nodig hebben:
- Medisch protocol
- Protocol signalering ontwikkelingsproblemen
- Protocol vermoeden kindermishandeling
